Sardaukar:

De fanaatsoldaten van de Padishah Keizer. Dit waren lieden met een milieuachtergrond van zulke wreedheid dat die zes van de dertien personen deed omkomen voor ze de leeftijd van elf jaar bereikten. Hun militaire opleiding benadrukte meedogenloosheid en een tot zelfmoord neigend negeren van eigen lijfsbehoud. Van kindsbeen af werd hun geleerd wreedheid als een normaal wapen te zien, daar het de tegenstander door angst verzwakte. Op het hoogtepunt van hun oppermacht over de kosmos werd hun vaardigheid in het zwaardvechten gelijk geacht aan de tiende Ginazfase, en hun sluwe talenten voor het handgemeen golden als nagenoeg gelijk aan die van een volleerde Benne Gesserit. Ieder van hen telde voor tien gewone Landsraaddienstplichtigen. Tegen de tijd van Shaddam IV was hun kracht aangetast door overmatig zelfvertrouwen, al waren ze ook toen nog geduchte krijgers. De voedingsbodem gelegen in hun oorlogsreligie was inmiddels danig ondermijnd door toenemend cynisme.

Uit Dune door: Frank Herbert